Kun je te veel water drinken?

Bij hitte klinkt overal dezelfde raad: drinken, drinken, drinken. Terecht, want uitdroging is tijdens een hittegolf verreweg het grootste risico. Toch bestaat er ook een keerzijde die veel minder bekend is. Wie in korte tijd heel veel water wegwerkt, kan een watervergiftiging oplopen.

In het Belgische Kalmthout werden onlangs enkele kinderen onwel na een zogenoemde 'pisquiz' — een spel waarbij deelnemers in korte tijd een grote hoeveelheid water moeten drinken. In Nederland overleed eerder een zevenjarige jongen nadat hij in twee uur tijd anderhalve liter water had gedronken. Datzelfde ritueel duikt op bij studentenverenigingen, als onderdeel van ontgroeningen.

Water geldt als het onschuldigste dat je kunt drinken. Toch kan het in korte tijd levensgevaarlijk worden.

Wat er dan misgaat

Liffert Vogt, hoogleraar nierziekten aan de Universiteit van Amsterdam, legt uit dat de nieren zo'n grote hoeveelheid water niet snel genoeg kunnen uitscheiden. Deeltjes in de nieren worden dan niet langer verdund, en dat kan uitmonden in een watervergiftiging.

Die uit zich volgens Vogt onder meer in misselijkheid en bewustzijnsproblemen. In ernstige gevallen hoopt zich vocht op in de hersenen — hersenoedeem — en kunnen ook de zenuwen worden aangetast.

De grens ligt lager dan veel mensen denken. Een liter water in een half uur is volgens Vogt al veel te veel.

Hoeveel water is normaal?

Pascalle Stijger van het Voedingscentrum houdt voor volwassenen 1,4 tot 1,8 liter per dag aan, en bij warm weer ongeveer twee liter. Voor jonge kinderen ligt dat tussen de 1 en 1,4 liter.

Dat advies is geen vast getal, benadrukt zij: het hangt af van je lichaamsbouw en van hoeveel je op een dag beweegt. Wie veel sport, mag wat meer. Belangrijker dan het totaal is hoe je het verdeelt. Spreid je drinkmomenten over de dag en werk geen grote hoeveelheden in één keer weg.

Drinken uit gewoonte

Waar Vogt zich zorgen over maakt, is niet alleen het extreme geval. Volgens hem drinken veel mensen tegenwoordig structureel meer water dan goed voor ze is.

Zijn verklaring is alledaags: we hebben de hele dag goed drinkwater binnen handbereik. De waterfles staat op het bureau en gaat mee onderweg; in het restaurant wordt ongevraagd een fles water op tafel gezet. Veel mensen drinken daardoor uit gewoonte in plaats van uit dorst.

Vogt wijst daarnaast nadrukkelijk naar sociale media, waar influencers steeds vaker oproepen om veel water te drinken. In de meeste gevallen is dat helemaal niet nodig, stelt hij, en hij waarschuwt mensen zich daar niet door te laten meeslepen.

Ook bij sporten geldt die nuance. Tijdens het hardlopen scheiden de nieren water juist minder snel uit. Drink genoeg, zegt Vogt, maar let erop dat het niet te veel wordt.

Praktische graadmeters zoals je urine

De kleur van je urine helpt. Is die heel donker, dan kan dat erop wijzen dat je te weinig hebt gedronken, aldus Stijger. De GGD-richtlijn van het RIVM voegt daaraan toe dat lichtgeel het streven is, en dat de kleur een betrouwbaarder signaal is dan hoe vaak je moet plassen.

Zoutsupplementen bij warm weer zijn volgens Stijger geen must: de gemiddelde Nederlander krijgt via de voeding al voldoende zout binnen. Eet gevarieerd en drink genoeg — naast water kan dat prima koffie of thee zijn, of zuivel of zelfgemaakte ijsthee. Volgens het RIVM maakt het voor de vochthuishouding niet uit wát je drinkt; zelfs koffie is in gewone hoeveelheden goed.

Vogts eigen advies is het eenvoudigste: luister naar je dorstgevoel, en laat je niet te veel sturen door adviezen van anderen.

Voor ouderen geldt een andere norm

Bij ouderen neemt het dorstgevoel af. Het RIVM stelt daarom dat zij juist níet alleen op hun dorst kunnen vertrouwen en bewust moeten drinken, met de urinekleur als hulpmiddel. Voor hen is te weinig drinken het waarschijnlijkere probleem.

En wie van een behandelaar een persoonlijk vochtadvies heeft gekregen, dient zich daaraan te houden. Wel goed om te weten: een strenge vochtbeperking is bij hartfalen minder vanzelfsprekend dan vaak wordt gedacht. De NHG-Standaard Hartfalen stelt dat er al langere tijd discussie bestaat over het nut en de haalbaarheid ervan, en dat onderzoek dat zo'n regime vergelijkt met géén regime ontbreekt. Voor kwetsbare ouderen kan een beperking prettiger zijn dan een hogere dosis plastabletten; voor anderen maakt een streng regime het leven juist zwaarder.

Wat het NHG wél uitdrukkelijk adviseert, en dat is met de hitte van deze zomer relevant: in een warm klimaat moeten de vochtbeperking en de dosering van plastabletten worden aangepast, vanwege het extra vochtverlies. Verandert het weer, of ben je ziek met koorts, braken of diarree? Leg je vochtadvies dan voor aan je huisarts.

Voor patiëntgerichte uitleg verwijst het NHG zelf naar thuisarts.nl; een bruikbare plek om vanuit dit artikel naar door te linken.

Wanneer je het aan je arts moet vragen

Eén uitzondering verdient nadruk. Mensen met hartfalen, nierproblemen of leveraandoeningen, en mensen die plaspillen of bepaalde antidepressiva gebruiken, hebben vaak een persoonlijk vochtadvies van hun behandelaar. Voor hen geldt het algemene "drink meer bij hitte" niet zomaar. Twijfel je? Leg het voor aan je huisarts of apotheker.